3 minuten leestijd

Hoe zit het eigenlijk met ‘punitive damages’?

Ik kreeg laatst een interessante uitspraak van het gerechtshof ’s Hertogenbosch onder ogen. De kwestie betrof de verkoop van een paard. De verkoper, die in de V.S. verbleef, had een in Nederland gevestigde bemiddelaar in de arm genomen. Om een lang verhaal kort te maken betichtte de verkoper de bemiddelaar van fraude, omdat hij een deel van de koopsom in eigen zak had gestoken.

De verkopers daagden de bemiddelaar vervolgens voor de rechtbank (district court) in Tennessee en vorderden schadevergoeding vanwege het gemiste deel van de koopsom, vermeerderd met ‘punitive damages’. De rechtbank te Tennessee achtte zich bevoegd en achtte het recht van de staat Tennessee van toepassing omdat de fraude mede besloten lag in de correspondentie tussen de verkoper en de bemiddelaar en die correspondentie is op het grondgebied van Tennessee ontvangen door de verkoper.

Dat was zuur voor de bemiddelaar want daarmee werd hij blootgesteld aan ‘punitive damages’ een vorm van schadevergoeding die we in Nederland niet kennen. En aldus geschiedde, de bemiddelaar werd in twee instanties veroordeeld tot vergoeding van schade én ‘punitive damages’.

Vervolgens hebben de verkopers getracht het vonnis van de rechtbank te Tennessee te executeren in Nederland. Bij gebreke van een verdrag tussen de V.S. en Nederland dient de Nederlandse rechtbank (en het gerechtshof in hoger beroep) zelfstandig te beoordelen of het Amerikaanse vonnis – kort gezegd – uitvoerbaar is in Nederland. In dit geval oordeelde het gerechtshof dat het vonnis voor wat betreft de schadevergoeding wel uitvoerbaar is, maar voor wat betreft de ‘punitive damages’ niet, omdat Nederland die vorm van schadevergoeding niet kent en het vonnis van de rechtbank Tennessee op dit punt in strijd is met de Nederlandse openbare orde.

Een bijzondere uitspraak mijns inziens. Uit de uitspraak lijkt te volgen dat partijen in hun contract geen bevoegde rechter en geen rechtskeuze hadden opgenomen. Maar wat nu als zij dat wel hadden gedaan? Wat nu als partijen juist heel bewust hadden gekozen voor het recht van de staat van Tennessee? Zou de Nederlandse rechter dan in weerwil van die keuze toch menen dat ‘punitive damages’ niet geïncasseerd konden worden in Nederland omdat dit in strijd zou zijn met de Nederlandse openbare orde? En de koppeling met de openbare orde die de rechtbank maakt doet zelfs de vraag rijzen of een rechtskeuze voor het recht van een Amerikaanse staat in een contract in zijn algemeenheid wel in stand kan blijven wanneer een Nederlandse rechter zich daarover moet buigen. Contractuele bepalingen waarvan de strekking in strijd komt met de openbare orde zijn naar Nederlands recht immers nietig.

Het onderstreept maar weer eens dat in het internationale handelsverkeer de forum- en rechtskeuze in een contract niet lichtvaardig moet worden gemaakt en dat het van belang is om te onderzoeken welke kracht aan een eventueel vonnis toekomt in de landen waar het vonnis uiteindelijk geëxecuteerd moet worden, de zogenaamde ‘local law check’. Mogelijk zullen de uitkomsten van dat onderzoek ertoe leiden dat bepaalde aspecten van het contract gewijzigd of aangevuld moeten worden.

Heeft u vragen over internationaal contracteren neemt u dan contact op met Armando Mosele of één van de andere specialisten van Valegis Advocaten.