2 minuten leestijd

Het imago van een luxemerk komt te voet en gaat te paard. Lees hier wat merkhouders kunnen doen om de reputatie van hun merk te beschermen. Het imago van een luxemerk is goud waard. Zorgvuldig opgebouwde exclusiviteit kan evenwel snel verdampen als de merkhouder de regie uit handen geeft.

Als algemene regel geldt dat een merkhouder zich niet kan verzetten tegen het gebruik van zijn merk via producten die al eens met zijn toestemming binnen de Europese Economische Ruimte in de handel zijn gebracht. Zijn distributierecht is dan ‘uitgeput’. De koper van een dergelijk product is in beginsel dan ook vrij om dit op zijn beurt aan een ander te verkopen. Ook mag hij met het merk reclame maken ter bevordering van de verkoop van dit product.

Dit is anders wanneer de merkhouder ‘gegronde redenen’ heeft om zich te verzetten tegen de verdere verhandeling van het product, bijvoorbeeld wanneer het product of de verpakking daarvan gewijzigd of beschadigd is. Ook kan de merkhouder zich verzetten tegen het gebruik van zijn merk in reclame waarbij door de verkoper ten onrechte de indruk kan worden gewerkt dat er een commerciële band (bijvoorbeeld een selectieve-distributierelatie) met de merkhouder bestaat.

Het is raadzaam om als houder van een luxemerk (binnen de kaders van het mededingingsrecht) met verkopers afspraken te maken over het gebruik van het merk in de handel. Zo kunnen in licentie- en distributieovereenkomsten objectieve en niet-discriminerende kwaliteitscriteria worden opgenomen waaraan de verkoper moet voldoen bij het aanbieden van het product.

Ook kan het interessant zijn om af te spreken dat de merkhouder (of een partij handelend onder licentie)  eigenaar van het product blijft totdat het aan de consument wordt verkocht. Hiermee wordt controle behouden over restpartijen en voorkomen dat de luxeproducten eindigen in goedkope outlets.

Meer weten over de bescherming van luxemerken? Neem contact op met Julia Mascini.