Skip to main content

Afgelopen dinsdag heeft de Eerste Kamer de veelbesproken Wet betaalbare huur aangenomen. Deze wet zal aankomende maandag – 1 juli 2024 – al in werking treden. Het doel van de Wet betaalbare huur is om te zorgen voor meer betaalbare huurwoningen. Of beter gezegd: meer woningen krijgen met een huurprijs die past bij de kwaliteit. Eén van de belangrijkste maatregelen die de wet introduceert is de uitbreiding van de toepasselijkheid van het Woningwaarderingsstelsel (WWS) op het middensegment.

Op dit moment is het WWS alleen van toepassing op sociale huurwoningen (lage segment), oftewel huurwoningen met maximaal 143 punten. Voor deze sociale huurwoningen geldt een maximale huurprijs conform het WWS (op 1 juli 2024 staat 143 punten gelijk aan € 879,66) en hebben huurders toegang tot de Huurcommissie voor geschillen over onder meer de huurprijs, servicekosten of het onderhoud van de woning.

Vanaf 1 juli aanstaande geldt dat ook huurwoningen in het middensegment – huurwoningen met 144 tot en met 186 punten – gereguleerd worden door het WWS. Per 1 juli 2024 geldt dat de maximale huurprijs voor een woning met 186 punten € 1.157,95 bedraagt. Het is verhuurders niet toegestaan om een hogere huurprijs te hanteren dan op grond van het WWS is toegestaan.

Om ervoor te zorgen dat verhuurders zich houden aan de maximale huurprijs, wordt de toepassing van de WWS dwingend. In het huidige systeem is de WWS ‘slechts’ afdwingbaar. Dat betekent dat huurders zelf naar de Huurcommissie of rechter moeten stappen om een lagere huurprijs te krijgen als een woning boven de maximale huurprijs wordt verhuurd.

Met het instellen van een dwingende norm worden verhuurders verplicht om de maximale huurprijzen op grond van het WWS te respecteren. Daarnaast zijn verhuurders verplicht om bij nieuwe huurovereenkomsten de puntentelling van de desbetreffende woning te overleggen aan de huurder. Gemeenten krijgen de verantwoordelijkheid voor het toezicht en de handhaving van naleving van de dwingende norm. Indien een verhuurder zich niet aan de regels houdt, kunnen gemeenten handhaven door een waarschuwing te geven, bestuursdwang uit te oefenen en zelfs door het opleggen van een bestuurlijke boete aan de verhuurder. De gemeentelijke handhaving en het overleggen van de verplichte puntentelling geldt pas vanaf 1 januari 2025. Hierdoor hebben gemeenten en verhuurders zes maanden extra de tijd om zich voor te bereiden op de uitvoering van de Wet betaalbare huur.

Overgangsrecht

De Wet betaalbare huur geldt voor alle nieuwe huurovereenkomsten die zijn getekend op of na 1 juli 2024 en betrekking hebben op woningen die maximaal 186 punten hebben. Bestaande huurovereenkomsten die betrekking hebben op woningen in het middensegment vallen niet onder de werking van de Wet betaalbare huur. Voor sociale huurwoningen, woningen met minder dan 143 punten, geldt nog het volgende:

  1. Voor verhuurders van woningen met een aanvangshuurprijs onder de liberalisatiegrens geldt dat zij direct vanaf de inwerkingtreding van de wet worden geconfronteerd met de dwingend rechtelijke huurprijsbescherming. Als een woning bijvoorbeeld een actuele huur van 700 euro heeft, maar een maximale huur geldt van 650 euro volgens het dan geldende WWS, dan moet de huur op 1 juli 2024 naar 650 euro.
  2. Voor woningen met een aanvangshuurprijs boven de liberalisatiegrens, maar met een WWS-puntenaantal onder de liberalisatiegrens, geldt dat de huur uiterlijk per 1 juli 2025 moet worden verlaagd conform het WWS. Dus als een woning bijvoorbeeld een actuele huur heeft van 900 euro, maar een maximale huurprijs geldt van 650 euro, dan moet de huur op 1 juli 2025 naar 650 euro worden bijgesteld.

Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel? Neemt u dan gerust contact op met de advocaten van het vastgoedteam van Valegis Advocaten.

× Hoe kan ik u helpen?