Skip to main content

Mijn collega Daniël de Vries schreef op 21 april 2022 over het arrest van de Hoge Raad van 24 december 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1964). Kort gezegd oordeelde de Hoge Raad dat contractuele medehuurders – net als wettelijke medehuurders – op grond van art. 7:267 lid 7 BW de rechter kunnen vragen om te bepalen dat één van de huurders de huurovereenkomst met ingang van een door de rechter te bepalen datum niet langer voortzet.

Op 20 juli 2022 is een uitspraak (ECLI:NL:RBNHO:2022:5271) gepubliceerd waar een contractuele medehuurder een beroep deed op art. 7:267 lid 7 BW. Deze huurder woonde samen met een aantal andere (contractuele) huurders. Toen deze huurder zwanger raakte, wilde zij met haar partner samenwonen. Zij was uit de woning vertrokken en gestopt met het betalen van de huur. Zij vorderde een verklaring voor recht dat “het huurrecht van de woning wordt toegewezen aan [gedaagden] , met ingang van 28 mei 2021” (r.o. 3.1).

De kantonrechter is van oordeel dat de huurder, gelet op het arrest van de Hoge Raad, met overeenkomstige toepassing van artikel 7:267 lid 7 BW kan vorderen dat de kantonrechter bepaalt dat zij met ingang van een in het vonnis te bepalen tijdstip niet langer de huur zal voortzetten. Dit geldt ook als de huurovereenkomst een eigen regeling bevat omtrent voortzetting door een of meer huurders. De huurder werd – verwijzend naar het arrest van de Hoge Raad – dus door de kantonrechter ontslagen uit haar verplichtingen die voortvloeiden uit de huurovereenkomst.

Valegis Advocaten

Valegis Advocaten, with offices in The Hague and Amsterdam, is the law firm for (international) entrepreneurs and companies; modern legal services, clear, pragmatic, solution-oriented and with integrity.

× Hoe kan ik u helpen?