2 minuten leestijd

Je zou er hoofdpijn van krijgen!

Recent schreef mijn kantoorgenoot Daphne Jerphanion een artikel over de vraag wanneer er sprake is van een voorgenomen besluit in het kader van het instemmingsrecht.

Een ander hoofdpijn issue in het kader van dat zelfde instemmingsrecht zijn de drempelwaarden. Al eerder schreef ik hierover dat het in het belang van zowel franchisegever als franchisenemer is om daar op een reële manier mee om te gaan.

Nog even in herinnering: het instemmingsrecht dient ertoe dat bij een wijziging van de formule die (mogelijk) negatieve financiële consequenties heeft voor de franchisenemer de franchisenemer daarin betrokken wordt en niet, onverwacht, geconfronteerd wordt met onvoorziene kosten. So far so good.

In de praktijk zien we echter, meer dan eens, dat de drempelwaarden door franchise-vertegenwoordigingen en hun adviseurs worden gebruikt als instrument om op de stoel van de franchisegever te gaan zitten. Dit gaat in sommigen gevallen ver, zo blijkt uit de volgende praktijkvoorbeelden.

Zo kwam een grote keten, na diverse reële voorstellen hiertoe, niet tot afspraken over de drempelwaarden omdat ieder voorstel van de hand werd gewezen. Resultaat: geen drempelwaarden en de franchisegever moet letterlijk voor iedere euro terug naar de franchisevereniging. Een aanzienlijke vinger in de pap en dus een winstpunt voor de franchisenemers zou je wellicht kunnen denken? Maar wie is hier uiteindelijk mee gebaat? Geen van de partijen kan op deze manier ondernemen en doen waar hij goed is. In plaats daarvan gaat de tijd voorbij door gesteggel en houden partijen elkaar onnodig in een houdgreep.

Een andere franchiseorganisatie had afspraken met de franchisevereniging over een te plegen investering; iedereen was het er over eens dat het een zinvolle en noodzakelijke investering betrof. Vervolgens gaf de franchisevereniging echter te kennen dat dat dan wel van het “drempelwaardepotje” af zou gaan. Toen de franchisegever, terecht, aangaf dat dat niet het geval was gaf de franchisevereniging aan de, al gemaakte, afspraak niet na te willen komen. Wie is hierbij gebaat?

Dit is macht om de macht in plaats van een constructieve samenwerking waarin ieder van de partijen zijn eigen rol speelt. Jammer en niet de bedoeling van de wet, lijkt me.

Wilt u vrijblijvend met ons van gedachten wisselen over dit dan wel enig ander (franchise) gerelateerd onderwerp? Neem dan contact met Myrthe S.J. Steenhuis via m.steenhuis@valegis.com of (06-13371930) of een van de andere leden van ons franchiseteam