1 minuten leestijd

Ook als uw werknemer een concurrentiebeding ondertekend heeft, is het nog niet helemaal zeker dat u de concurrentie daadwerkelijk kunt verbieden. Lees hieronder meer!

Voor een werkgever kan het (dreigend) vertrek van een werknemer tot heel wat kopzorgen leiden. Vooral als hij of zij over bedrijfsgevoelige informatie of unieke vaardigheden beschikt. Om te voorkomen dat uw werknemer hiermee aan de haal gaat én bij een concurrent in dienst treedt, kunt u als werkgever een aantal bedingen overeenkomen.

Een van deze bedingen is het concurrentiebeding. Artikel 7:653 van het Burgerlijk Wetboek biedt u de mogelijkheid het recht van uw werknemer op vrije arbeidskeuze te beperken. Omdat dit vergaande consequenties kan hebben voor de werknemer, heeft de wetgever strenge eisen gesteld aan de totstandkoming, handhaving en toepassing van een dergelijke concurrentiebeding. Niet alleen moet het schriftelijk overeen zijn gekomen, de werknemer dient bovendien meerderjarig te zijn en er moet onder andere sprake zijn zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen, in het bijzonder in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd.

Voldoet een concurrentiebeding aan al deze vereisten, dan is het beding rechtsgeldig overeengekomen, maar daarmee is de kous niet gelijk af. Een rechter heeft namelijk de mogelijkheid om een concurrentiebeding te vernietigen, matigen, schorsen of te beperken. Je kunt er dus niet voetstoots vanuit gaan dat het concurrentiebeding ook in rechte stand houdt.

Wilt u, als werkgever of werknemer, meer zekerheid hebben over het concurrentiebeding, of zoekt u hulp bij het opstellen of afhandelen daarvan, neem dan contact op met Daniëlle Edelenbosch of een van onze andere arbeidsrechtspecialisten via (070) 319 60 40 of info@valegis.com.