2 minuten leestijd

Veel mensen huren een seizoensplaats op een camping, maar is een camping verplicht om de huurder ieder jaar een (zelfde) seizoensplaats aan te bieden?

Het antwoord op deze vraag is in eerste instantie natuurlijk afhankelijk van wat partijen onderling hebben afgesproken. In beginsel wordt uitgegaan van een overeenkomst voor bepaalde tijd die (ieder jaar) van rechtswege eindigt (artikel 7:228 lid 1 BW). De contractsvrijheid geldt als uitgangspunt, waarbij partijen zelf mogen bepalen om de relatie al dan niet opnieuw voor (on)bepaalde tijd aan te gaan. Deze vrijheid wordt echter beperkt door de eisen van redelijkheid en billijkheid. Het is bestendig gebruik om de seizoenshuurders na het einde van een huurovereenkomst een aanbod te doen voor het nieuwe kampeerseizoen, tenzij sprake is van (zeer) bijzondere en/of zwaarwegende omstandigheden. Voor de beoordeling daarvan zijn alle omstandigheden van het geval van belang.

In een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 1 april 2021 (ECLI:NL:RBNHO:2021:2647) (KG) stond de vraag centraal of de Kennemer Duincampings B.V. (ook wel: “de Lakens”) in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid kon weigeren een seizoenshuurder een hernieuwd aanbod voor een seizoensplaats te doen. Op een gegeven moment betaalde de huurder in kwestie de huur niet tijdig, waardoor hij een bevestiging ontving dat hij niet zou worden uitgenodigd voor het seizoen 2021. De huurder spande vervolgens een rechtszaak aan en vorderde aanbieding van een/dezelfde seizoensplaats. De kantonrechter achtte het in strijd met de redelijkheid en billijkheid dat de camping geen hernieuwd aanbod wilde doen.

Partijen hadden in deze kwestie in het verleden aanvullende afspraken gemaakt, omdat de huurder diverse verplichtingen niet (volledig) was nagekomen zoals onder meer het tijdig betalen van huur en het tijdig opruimen van de plaats. In de aanvullende voorwaarden was tevens opgenomen dat de camping gerechtigd was geen uitnodiging voor een volgend seizoen te versturen als huurder op enig moment de afspraken (waaronder het tijdig betalen) niet zou nakomen. Toen de huurder augustus 2020 te laat betaalde, kreeg de huurder een bevestiging dat hij geen nieuwe uitnodiging zou krijgen voor een seizoensplaats. De rechter achtte het niet tijdig betalen van de huur echter “niet onbegrijpelijk”, omdat de huur eerst – vanaf maart 2020 – vanwege de volledige/gedeeltelijke sluiting van de camping werd opgeschort/gedeeltelijk werd kwijtgescholden en later omdat de camping de betalingstermijn zelf meerdere keren had opgeschoven derhalve tot begin augustus 2020. Toen vervolgens de huurder bij de laatste verlenging niet tijdig had betaald, was dit volgens de kantonrechter- ondanks de aanvullende afspraken – onvoldoende om in het kader van de redelijkheid en billijkheid geen hernieuwd aanbod te hoeven doen.

Daarbij merk ik op dat de genoemde uitspraak van de rechtbank Noord-Holland een voorbeeld is en (slechts) ter illustratie van het juridisch kader dient. Andere feiten en omstandigheden kunnen leiden tot een ander oordeel.

Heeft u te maken met een de (ver)huur van een seizoensplaats? Neem contact op met Dominique Fransen of een van de andere specialisten van het procesrechtteam om te kijken wat wij voor u kunnen betekenen.