Skip to main content

De afgelopen jaren zijn verschillende rechtszaken gevoerd, zoals die van Deliveroo en Uber, over de vraag of een platformwerker moet worden aangemerkt als werknemer of als zelfstandige. Deze week heeft de Raad van de EU, bestaande uit ministers van de lidstaten, een belangrijk akkoord bereikt voor iedereen die met (digitale) platformarbeid te maken heeft. Er is namelijk akkoord over de Richtlijn Platformwerk. De bedoeling van deze richtlijn is om de arbeidsvoorwaarden van platformwerkers te verbeteren en om persoonsgegevens van de platformwerkers (beter) te beschermen. Hoe? Dat bespreken we in deze blog.

Weerlegbaar wettelijk vermoeden van een arbeidsrelatie

Een van de meest ingrijpende aspecten van de Richtlijn is de introductie van een rechtsvermoeden: een (platform)werker wordt vermoed te werken op basis van een arbeidsovereenkomst indien het platform een zekere mate van zeggenschap en leiding heeft over de arbeidsprestaties van de werker. In dat geval kan de werker volstaan met de stelling dat hij of zij werknemer is. Is het platform het daar niet mee eens, dan is het vervolgens aan het platform om te bewijzen dat de werker niet als werknemer maar als zelfstandige moet worden aangemerkt.

Nu is het nog aan de platformwerker zelf om te bewijzen dat (eigenlijk) sprake is van een arbeidsovereenkomst. De Richtlijn draait dit straks dus om. Wel moeten er zoals gezegd (voldoende) feitelijke aanwijzingen zijn van “zeggenschap” en “leiding” om toe te komen aan het rechtsvermoeden dat sprake is van een arbeidsovereenkomst.

Bescherming persoonsgegeven

In de nieuwe Richtlijn worden ook meer beperkingen gesteld aan de verwerking van persoonsgegevens door een platform. Zo wordt het verwerken van onder andere persoonsgegevens over de emotionele of psychologische toestand van platformwerkers, privégesprekken, en het afleiden van gevoelige informatie zoals etniciteit, religie en gezondheid verboden. Hiernaast is het verzamelen van persoonsgegevens niet toegestaan op het moment dat de platformwerker geen platformwerk aanbiedt of uitvoert.

Menselijke toezicht en evaluatie

De Richtlijn bepaalt verder dat het platform moet voorzien in het toezicht en de evaluatie op geautomatiseerde besluiten en dat het platform die besluiten ook moet (kunnen) uitleggen aan de platformwerkers. Bepaalde (belangrijke) besluiten met betrekking tot de platformwerker moeten zelfs in persoon (dus door een persoon) worden genomen (en dus niet door het systeem), zoals besluiten over het beperken, opschorten of afsluiten van het account van een platformwerker.

Daarnaast moeten platforms maatregelen treffen om de veiligheid en gezondheid van de platformwerkers te waarborgen en er komt een meldplicht zodat het platformwerk door de bevoegde autoriteiten kan worden geregistreerd. Het platform zal onder andere moeten melden welk werk er wordt verricht, hoeveel platformwerkers er werkzaam zijn, onder welke (algemene) voorwaarden de platformwerkers werkzaam zijn alsook hoeveel uur er wordt gewerkt en wat de platformwerker verdient. Dit moet toezicht op platformwerk (beter) mogelijk maken.

Conclusie

Kortom, met dit recente akkoord over de Richtlijn Platformwerk zullen platformwerkers (nog) eerder als werknemers worden aangemerkt. Dat is eigenlijk in lijn met het beeld dat we al in de rechtspraak zagen: Deliveroo-bezorgers en Uber-chauffeurs werden immers ook als werknemers aangemerkt. Zij legden voor dat resultaat echter wel een lange (juridische) weg af, hetgeen in de toekomst waarschijnlijk niet meer nodig is.

Vervolg

De goedkeuring van de Richtlijn Platformwerk door het Europees Parlement moet nog plaatsvinden. Na deze goedkeuring hebben de lidstaten twee jaar om de verschillende verplichtingen uit de richtlijn in de nationale regelgeving op te nemen.

Wij blijven de ontwikkelingen volgen en houden u op de hoogte. Heeft u vragen over de kwalificatie van een (arbeids)overeenkomst of over een andere arbeidsrechtelijke kwestie, dan kunt u contact opnemen met Floor Buvelot via f.buvelot@Valegis.com.

× Hoe kan ik u helpen?