2 minuten leestijd

De wet tot herziening van het beslag- en executierecht is tussen 1 oktober 2020 en 1 april 2021 gefaseerd in werking getreden. Met de inwerkingtreding van artikel 475aa Rv op 1 januari 2021 hebben deurwaarders de mogelijkheid via de schuldenaar en/of de bank te achterhalen waar een schuldenaar bankiert.

Een schuldeiser met een toewijzend vonnis in handen is vaak positief gestemd. Deze positieve stemming kan afnemen als blijkt dat een schuldenaar niet bereid is vrijwillig aan een veroordeling te voldoen. Gelukkig is daar het beslag- en executierecht dat middelen biedt om zich op het vermogen van een schuldenaar te verhalen.

Vermogen bevindt zich niet altijd bij de schuldenaar. Het is eerder regel dan uitzondering dat (rechts)personen een deel van het vermogen houden bij een bank. De schuldeiser kan zich verhalen op dit vermogen door het leggen van derdenbeslag. Een schuldeiser die daartoe overgaat kan slechts gissen bij welke banken een schuldenaar bankiert om daar vervolgens beslag te leggen. Het is niet ongebruikelijk dat een schuldeiser beslag legt bij de grootste banken om de kans van slagen te vergroten. Echter, als onverhoopt blijkt dat de schuldenaar daar niet bankiert zijn er tevergeefs kosten gemaakt.

De wetgever heeft de schuldeiser in de vorm van artikel 475aa Rv een handreiking geboden:

“Indien de deurwaarder gerechtigd is tegen de schuldenaar beslag te leggen, is:

a. een schuldenaar verplicht aan een deurwaarder desgevraagd op te geven welke bank geldmiddelen van hem onder zich heeft; en

b. de deurwaarder bevoegd ten behoeve van het leggen van een beslag aan een bank te vragen of deze geldmiddelen van die schuldenaar onder zich heeft. De bank beantwoordt deze vraag onverwijld en stelt de schuldenaar pas in kennis hierover als er beslag is gelegd.”

Deurwaarders kunnen de schuldenaar en banken vragen te verklaren over het al dan niet onder zich hebben van geldmiddelen van de betreffende schuldenaar. Doordat een schuldeiser wordt geholpen bij het bepalen bij welke bank derdenbeslag kan worden gelegd worden executiekosten bespaard. Dit is relevant met het oog op het eveneens nieuwe artikel 441 lid 3 Rv dat beslag dat meer kost dan oplevert, verbiedt.

LET OP:

– Artikel 475aa Rv geldt niet in de conservatoire fase. Met andere woorden: dit artikel helpt schuldeisers die zekerheid zoeken vóórdat vonnis is verkregen niet.

– Artikel 475aa Rv helpt bij het verkrijgen van een antwoord op de vraag waar een schuldenaar bankiert, maar dient niet ter verkrijging van informatie over de hoogte van het banksaldo.

Dit is slechts een greep uit het gemoderniseerde beslag- en executierecht. Heeft u vragen over (conservatoir) beslag en/of de gewijzigde wetgeving? Neem gerust contact op met Angela Schwegler (a.schwegler@valegis.com)

Angela Schwegler

Angela Schwegler

Angela studeerde cum laude af aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en is sinds 2016 advocaat. Zij heeft zich bij een middelgroot advocatenkantoor in Amsterdam gespecialiseerd binnen het ondernemingsrecht in brede zin.