2 minuten leestijd

Kwalificeert de oorlog in Oekraïne als een onvoorziene omstandigheid op grond van artikel 6:258 BW?

De bouwsector wordt al een lange tijd geconfronteerd met enorme prijsstijgingen. Eerder lag de oorzaak daarvan voornamelijk bij de coronacrisis. Nu lijkt onder andere de oorlog in Oekraïne de prijzen verder op te drijven. De Hoge Raad heeft eerder geoordeeld dat de coronacrisis dient te worden aangemerkt als een onvoorziene omstandigheid conform artikel 6:258 BW. Het was nog onduidelijk of de oorlog in Oekraïne ook kwalificeert als een onvoorziene omstandigheid.

De Raad van Arbitrage in Bouwgeschillen heeft in de uitspraak van 25 augustus 2022 duidelijkheid geschept. De kwestie betrof een geschil tussen een aannemer en opdrachtgever over de bouw van meerdere appartementen en eengezinswoningen. Partijen hadden afgesproken dat de aanneemsom (in totaal ruim 6 miljoen euro) prijsvast was tot en met december 2021. Ook hadden partijen in de aannemingsovereenkomst een clausule opgenomen waarin was bepaald dat tussentijdse aanpassing van de aannemingsovereenkomst mogelijk was indien zich “een extreme onvoorziene wijziging van omstandigheden voordoet welke naar objectieve maatstaven een verdere ongewijzigde uitvoering van deze overeenkomst voor Partijen of een van hen in redelijkheid niet langer verantwoord maakt”.

Voordat de bouw van het project van start was gegaan, ontstond er vertraging aan de zijde van de aannemer. De opdrachtgever vorderde in de procedure nakoming van de aannemingsovereenkomst. De aannemer stelde dat sprake was van een onvoorziene omstandigheid vanwege de oorlog in Oekraïne en dat niet van haar verwacht mocht worden dat zij het project realiseerde voor de overeengekomen prijs.

De arbiters stelden de aannemer in het gelijk. De arbiters waren van oordeel dat de oorlog in Oekraïne en de gevolgen daarvan voor de bouw inderdaad konden worden aangemerkt als een extreme onvoorziene wijziging van de omstandigheden zoals bedoeld in de overeenkomst. Daarbij oordeelden de arbiters bovendien dat sprake was van een onvoorziene omstandigheid zoals bedoeld in artikel 6:258 BW.

Aannemers die geconfronteerd worden met bijvoorbeeld enorme prijsstijgingen als gevolg van de oorlog in Oekraïne, kunnen aansluiting zoeken bij deze uitspraak. Let wel, voor aannemers die pas na het uitbreken van de oorlog in Oekraïne een aannemingsovereenkomst hebben gesloten, zal het waarschijnlijk lastiger worden om een geslaagd beroep te doen op het leerstuk van onvoorziene omstandigheden. Partijen hadden immers bij het sluiten van de overeenkomst rekening kunnen houden met de mogelijke gevolgen van de oorlog.

Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel? Neemt u dan gerust contact op met de advocaten van het vastgoedteam van Valegis Advocaten.