2 minuten leestijd

Wanneer beide partijen gehouden zijn tot het verrichten van prestaties maar op enig moment een geschil ontstaat over de deugdelijkheid van de verrichte prestaties kan het voorkomen dat een contractspartij haar verplichtingen opschort. Hetgeen vaak een impasse met zich meebrengt en vaak wordt in rechte pas duidelijk -na jarenlang procederen- of deze opschorting terecht was, zoals ook in het onderhavige geval (RVR 2022/70 – Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch – 5-7-2022).

In casu stond de vraag centraal of het werk -het bouwen van een nieuwbouwwoning- deugdelijk was opgeleverd. Het antwoord op die vraag was bepalend voor de vraag of opdrachtnemer al dan niet ten onrechte haar verplichtingen had opgeschort dan wel of opdrachtgever schuldeisersverzuim kon worden verweten.

Tussen opdrachtgever en opdrachtnemer was een schriftelijke aannemingsovereenkomst gesloten voor de bouw van een woning. Het werk zou op enig moment zijn opgeleverd maar uit deskundigenrapporten blijkt dat er sprake is van diverse gebreken. Opdrachtgever stelt dat opdrachtnemer toerekenbaar is tekortgeschoten en niet rechtsgeldig is opgeleverd als gevolg waarvan de laatste termijn niet verschuldigd is. Opdrachtnemer beroept zich echter op de overeenkomst waarin vermeld staat dat zij na oplevering recht heeft op betaling van de laatste termijn van de aanneemsom. Zolang die laatste termijn niet is voldaan heeft opdrachtgever ook geen recht op herstelwerkzaamheden, aldus opdrachtnemer. Het Hof oordeelt dat nimmer een juiste oplevering heeft plaatsgevonden. Daarvan kan pas sprake zijn wanneer de woning is afgewerkt in overeenstemming met hetgeen door partijen is overeengekomen. Opdrachtnemer heeft onvoldoende onderbouwd of en waarom moet worden aangenomen dat sprake was van correcte oplevering. Dit leidt ertoe dat opdrachtnemer naar het oordeel van het Hof toerekenbaar tekort is geschoten in haar verplichtingen. Opdrachtgever was daardoor niet gehouden de vierde termijn te betalen en aan de zijde van opdrachtgever kan dan ook geen sprake kan zijn van schuldeisersverzuim.

Voornoemde kwestie komt regelmatig voor in de praktijk. In deze casus kon er volgens het Hof geen sprake zijn van een oplevering gezien de staat van het werk. Opmerkelijk is dat in deze casus wel door opdrachtgever een opgemaakt document was ondertekend ten tijde van de zgn. oplevering. Kennelijk heeft het Hof hier laten meewegen dat op dat moment nog 27 opleverpunten resteerden, hetgeen met zich meebracht dat opdrachtnemer -alvorens hij aanspraak kon maken op betaling- eerst zelf deugdelijk had moeten nakomen.

Wilt u meer weten over dit onderwerp? Ons team van proces- vastgoedrecht advocaten is daartoe graag bereid. U kunt contact opnemen via E-mail: d.vanzanten@valegis.com of telefoon nummer: 0658987775.