3 minuten leestijd

Wat zijn de ontwikkelingen geweest het afgelopen jaar?

De Wet bestuur en toezicht rechtspersonen, beter bekend als de WBTR, bestaat sinds vrijdag 1 juli jl. precies 1 jaar. Hoog tijd om eens terug te blikken op de ontwikkelingen die zich het afgelopen jaar hebben voorgedaan.

Om maar direct met de deur in huis te vallen, het afgelopen jaar zijn er bijzonder weinig ontwikkelingen waar te nemen in rechtspraak over de WBTR. Op het gebied van het ontslag van de stichtingsbestuurder is wel een uitspraak gepubliceerd. De rechtbank Rotterdam heeft namelijk op 26 november 2021 bevestigd dat de (wellicht) bekende ’15-april arresten’ sinds de invoering van de WBTR ook van toepassing zijn op de bestuurder van een stichting. Kortgezegd, heeft dit tot gevolg dat ook voor de bestuurder van de stichting geldt dat als hij wordt ontslagen, dit ook een beëindiging van de arbeidsovereenkomst met zich meebrengt. Deze ontwikkeling is eigenlijk geen verassing aangezien deze in de literatuur al eerder was voorspeld.

Dat er bijzonder weinig rechtspraak is geweest betekent echter niet dat de WBTR geen effect heeft gehad op de praktijk. Integendeel, het is ons het afgelopen jaar opgevallen dat stichtingen en verenigingen kennelijk zijn getriggerd om hun statuten, reglementen en meer in algemene zin hun governance eens onder de loep te nemen. Daarbij valt op dat de statuten en regelementen vaak afwijken van de dagelijkse gang van zaken. Met andere woorden, het papier wijkt af van de praktijk.

Ter illustratie een voorbeeld. Personen A en B zijn statutair bestuurders van Stichting X. Stichting X heeft geen raad van toezicht.  In de dagelijkse praktijk is (niet-statutair) directeur C echter degene die het beleid binnen de stichting bepaalt en uitvoert. A en B houden slechts op afstand toezicht op het functioneren van C. Zij gedragen zich dus als toezichthouder en niet als bestuurder. Op hen rust echter wel de volle verantwoordelijkheid en het daarbij behorende aansprakelijkheidsrisico van het zijn van statutair bestuurder. In een dergelijke situatie zou overwogen kunnen worden om de governance van Stichting X zodanig aan te passen dat C statutair directeur wordt en A en B de Raad van Toezicht gaan vormen. Mocht het wenselijk zijn dat A en B veel grip houden op bestuurder C, dan zou Stichting X ervoor kunnen kiezen om een breed scala aan bestuursbesluiten te onderwerpen aan de goedkeuring van de raad van toezicht. Een andere oplossing zou kunnen zijn dat Stichting X een monistisch bestuursmodel (one tier board) statutair mogelijk maakt, waarin C de uitvoerende bestuurder is en A en B de niet-uitvoerende bestuurders zijn. Kortom, Stichting X zou er goed aan doen om na te gaan welke governance structuur het beste bij haar past en de statuten en reglementen daarop aan te passen.

In onze visie heeft de invoering van de WBTR een positief effect teweeg gebracht. Het heeft stichtingen en verengingen ertoe gebracht bewuster na te denken over hun governance. Adequate governance staat op de agenda bij verenigingen en stichtingen en dat is uiteindelijk waar de WBTR voor is ingevoerd.

Heeft u vragen omtrent de WBTR of wilt u uw statuten/governance door ons laten beoordelen? Neemt u dan gerust contact op met de advocaten uit het ondernemingsrechtteam van Valegis Advocaten.