Skip to main content

De tweeconclusieregel is een belangrijke voorwaarde in hoger beroep, maar de gronden zelf verdienen ook de gegronde aandacht!

Laatst volgde ik een cursus waarin wederom de aandacht werd gevraagd om stil te staan bij het belang van de zgn. tweeconclusieregel. Op basis van die regel dienen alle stellingen en grieven in de memorie van grieven (appellant) dan wel in de memorie van antwoord (geintimeerde) te zijn opgenomen. Tussen de regels door werd herhaaldelijk opgemerkt dat indien men van mening was dat een feit voldoende gesteld en onderbouwd was in eerste aanleg, men daar naar mocht verwijzen en daarmee kon volstaan.

Maar de ervaring leert dat het altijd goed is opnieuw kritisch naar de aldaar omschreven argumenten te kijken. Uit de rechtspraak volgt immers dat een appellant alléén dan de gronden van hoger beroep daadwerkelijk voldoende omschrijft wanneer uit het beroepschrift blijkt op welke gronden appellant meent dat de door hem bestreden uitspraak onjuist is. Het enkel en alleen verwijzen naar hetgeen in eerste aanleg ten aanzien van een bepaald punt is opgenomen kan derhalve alleen al om die reden nooit voldoende zijn. Dit samen bezien met de finale werking van de tweeconclusieregel is het dan ook opletten geblazen!

Zie ook bijvoorbeeld de volgende uitspraken:
HR 18 maart 1994, NJ 1995, 22 en HR 5 februari 1993, NJ 1993, 300

Wilt u meer weten over procesrecht in hoger beroep gerelateerde kwesties? Neem dan gerust contact op met Deborah van Zanten via e-mail d.vanzanten@valegis.com of nummer: 0658987775.

× Hoe kan ik u helpen?