Skip to main content

Zo niet, dan is het raadzaam om stil te staan bij deze mogelijkheid.

De mogelijkheid van ontruimingsbescherming volgt uit art. 7:230a BW en houdt kort gezegd in dat een huurder van een kantoorruimte, nadat de huurovereenkomst conform de contractuele bepalingen door de verhuurder is opgezegd en/of de ontruiming is aangezegd, binnen twee maanden (na de aanzegging) de rechter kan verzoeken de termijn waarbinnen ontruiming moet plaatsvinden te verlengen.

De termijn kan ten hoogte worden verlengd met één jaar (na het eindigen van de overeenkomst), welke op verzoek van de huurder nog tweemaal telkens met ten hoogste één jaar kan worden verlengd (lid 5).

Wanneer heeft een huurder deze mogelijkheid niet? Uit lid 2 van dit artikel volgt dat de ontruimingsbescherming in ieder geval niet geldt als de huurder zelf de huur heeft opgezegd, uitdrukkelijk in de beëindiging daarvan heeft toegestemd of veroordeeld is tot ontruiming wegens niet nakoming van zijn verplichtingen (denk bijvoorbeeld aan het niet betalen van de huur).

De rechter wijst het verzoek toe als de belangen van de huurder (en van de onderhuurder aan wie bevoegdelijk is onderverhuurd), door de ontruiming ernstiger worden geschaad dan die van de verhuurder bij voortzetting van het gebruik door de huurder (lid 4). De rechter wijst het verzoek af als het belang van de verhuurder bij ontruiming zwaarder weegt. Dit is in ieder geval aan de orde als aannemelijk wordt gemaakt dat, wegens ‘onbehoorlijk gebruik van het verhuurde’, wegens ernstige overlast, de medegebruikers dan wel hemzelf aangedaan, of wegens wanbetaling niet van de verhuurder gevergd kan worden dat de huurder langer het recht op het gebruik van de zaak of gedeelte daarvan behoudt.

Gaat u het einde van een huurovereenkomst voor kantoorruimte aanzeggen of is het eind van uw huurovereenkomst recent aangezegd en wilt u sparren over de mogelijkheden van ontruimingsbescherming? Neem contact op met Dominique Fransen of een van de andere vastgoedspecialisten.

× Hoe kan ik u helpen?