Skip to main content

Geregeld procederen buitenlandse partijen in Nederland. Als een buitenlandse partij de procedure ‘verliest’, kan een proceskostenveroordeling volgen. Het verhalen van zo’n proceskostenveroordeling in het buitenland, is beslist niet eenvoudig. Bovendien kan de andere partij worden geconfronteerd met de situatie dat de vordering oninbaar is.

In dit artikel wordt besproken hoe het de andere partij makkelijker kan worden gemaakt.

De gedaagde kan – om executieproblemen te voorkomen – vorderen dat een eiser zonder woonplaats of gewone verblijfplaats in Nederland wordt veroordeeld zekerheid te stellen voor de proceskosten (art. 224 Rv). De aangebonden zekerheid moet zodanig zijn dat rente en kosten behoorlijk gedekt zijn en er zonder moeite verhaal kan worden genomen (art. 6:51 lid 2 BW).

Vaak wordt er gekozen voor een bankgarantie of wordt het geld geparkeerd op een derdengeldenrekening, bijvoorbeeld van een notaris. Uit de uitspraak van de Hoge Raad van 9 september 2022 (ECLI:NL:HR:2022:1181) volgt dat het niet vereist is om een depotovereenkomst te sluiten met die notaris. De notaris moet, als de eiser in de proceskosten wordt veroordeeld, tot uitbetaling overgaan van het in depot gegeven bedrag. De notaris hoeft niet meer uit te betalen dan het bedrag van de proceskostenveroordeling, tenzij de proceskostenveroordeling niet uitvoerbaar bij voorraad is en tegen die uitspraak een rechtsmiddel is ingesteld. Met het ‘niet uitvoerbaar bij voorraad’ zijn van een vonnis wordt bedoeld dat de rechtbank in eerste aanleg geen toestemming heeft gegeven om het vonnis te executeren terwijl wordt afgewacht of een van de partijen in hoger beroep gaat.

De partij zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland, heeft recht om het in depot gegeven bedrag terug te krijgen als de procedure definitief tot een einde is gekomen zonder dat hij in de proceskosten is veroordeeld.

Verder merkt de Hoge Raad op dat uit het doel van het depot volgt dat de notaris in beginsel gehouden is om, zodra hij zich ervan heeft kunnen vergewissen dat aan de voorwaarden voor uitbetaling is voldaan, gevolg te geven aan een hem gedaan verzoek om uitbetaling.

De strekking van de verplichting tot zekerheidstelling is te voorkomen dat een in het gelijk gestelde gedaagde wordt geconfronteerd met oninbaarheid van een proceskostenveroordeling als gevolg van het ontbreken van de mogelijkheid tot tenuitvoerlegging daarvan in het land waar de eiser zijn woonplaats heeft. De verplichting tot zekerheidstelling geldt daarom niet voor alle buitenlandse eisers, bijvoorbeeld omdat verhaalsmogelijkheden op een andere manier voldoende zijn gewaarborgd (art. 224 lid 2 Rv).

Neemt u bij vragen over het stellen van zekerheid voor een proceskostenveroordeling gerust vrijblijvend contact op met Angela Schwegler (a.schwegler@valegis.com).

Angela Schwegler-Veldstra

Angela studeerde cum laude af aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en is sinds 2016 advocaat. Zij heeft zich bij een middelgroot advocatenkantoor in Amsterdam gespecialiseerd binnen het ondernemingsrecht in brede zin.

× Hoe kan ik u helpen?