2 minuten leestijd

Hoe partijen een overeenkomst ook noemen, de rechter kan deze alsnog kwalificeren als een arbeidsovereenkomst.

De Rechtbank Den Haag (Kantonrechter, locatie Leiden) oordeelde in deze uitspraak van 14 april 2022 https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:4119 dat in deze casus, hoewel tussen partijen op papier een ‘stage-overeenkomst’ was gesloten, de facto een (leer)arbeidsovereenkomst tot stand was gekomen. De -naar dus bleek- werknemer volgde een BBL opleiding en door haar werkgever, een tandartspraktijk, en haar was met de MBO-instelling waar zij studeerde een zgn. praktijkovereenkomst gesloten. Tegen het einde van de stage-overeenkomst liet de tandartspraktijk schriftelijk aan de BBL’er weten dat zij haar na afloop van de stage geen arbeidsovereenkomst zouden aanbieden. Daarop stelde de stagiaire dat zij reeds op basis van een arbeidsovereenkomst werkzaam was. Zij vorderde onder meer (door)betaling van loon, de wettelijke transitievergoeding, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging (de gefixeerde schadevergoeding) en een billijke vergoeding, stellende dat de tandartspraktijk jegens haar ernstig verwijtbaar heeft gehandeld.

De rechter overweegt, conform het arrest van de Hoge Raad van 9 oktober 2015 (NJ 2016/276), dat niet beslissend is welke juridische kwalificatie partijen zelf aan hun verhouding hebben gegeven, maar dat doorslaggevend is of de (feitelijke) afgesproken rechten en verplichtingen, mede gelet op de feitelijke uitvoering daarvan, al dan niet voldoen aan de in artikel 7:610 BW vermelde kenmerken van een arbeidsovereenkomst.

De  werkzaamheden van de ‘stagiaire’ konden volgens de rechter in dit geval niet in overwegende mate worden aangemerkt als activiteiten die waren gericht op het uitbreiden van de eigen kennis en ervaring, zulks mede met het oog op de voltooiing van de opleiding, zoals vereist is wil van een stage-overeenkomst sprake zijn. De arbeid die in dit geval verricht werd betrof reële arbeid waarvan door de praktijk geprofiteerd is. Aan de stagiaire werd het minimumloon betaald, zij heeft geen structurele begeleiding gehad en in het gesloten contract zijn de begrippen ‘stage-overeenkomst’ en arbeidsovereenkomst door elkaar heen gebruikt. Die onduidelijkheid dient voor rekening van de tandartspraktijk te komen.

De loonvordering, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en de transitievergoeding worden, vermeerderd met wettelijke rente en verhogingen, toegewezen. Een billijke vergoeding werd niet toegekend.

Kortom: het blijft nadenken en oppassen geblazen. Wil er werkelijk sprake zijn van een stageovereenkomst dan dient er een duidelijk koppeling tussen de arbeid en de opleiding te zijn, moet er structurele begeleiding zijn, dienen er leerdoelen te zijn en is er (meestal) geen zelfstandige uitvoering van werkzaamheden. Let op: wat oorspronkelijk een stage-overeenkomst is kan soms ook (onbedoeld) ‘van kleur verschieten’ en gaandeweg veranderen in een arbeidsovereenkomst. Ook dan is niet doorslaggevend, hoe een overeenkomst wordt genoemd, ook al hebben beide partijen daar hun handtekening onder gezet.

Leave a Reply

This site is protected by reCAPTCHA and the Google Privacy Policy and Terms of Service apply.