Skip to main content

Geschreven door Fé Quarles van Ufford.

Nederlands Initiatiefwetsvoorstel

De wereldwijde kledingindustrie heeft een notoire reputatie van grove uitbuiting en schending van arbeidsrechten. In december 2021 deed de mensenrechtenorganisatie EECHR aangifte bij het Nederlands Openbaar Ministerie tegen een aantal Nederlandse en Amerikaanse kledingbedrijven vanwege dwangarbeid in de productieketens. Honderdduizenden arbeiders zouden in spinnerijen, kledingfabrieken en op katoenvelden in verschillende Chinese regio’s dwangarbeid verrichten.[1] Niet alleen de schending van de arbeidsrechten, maar ook die van de mensenrechten en het milieu binnen wereldwijde productieketens is de laatste jaren een hot topic. Op 11 maart 2021 is het initiatiefwetsvoorstel Verantwoord en duurzaam internationaal ondernemen bij de Tweede Kamer ingediend. Dit voorstel komt voort uit het idee dat het wenselijk is om eventuele schending van mensenrechten, arbeidsrechten en milieu bij het bedrijven van buitenlandse handel tegen te gaan, door bepaalde regels te stellen.

Toepassingsbereik

Het initiatiefvoorstel bevat ten eerste een algemene wettelijke zorgplicht voor iedere Nederlandse onderneming, die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat haar activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor mensenrechten, arbeidsrechten of milieu in een land buiten Nederland. Het gaat hierbij om alle ondernemingen die in Nederland gevestigd zijn, ongeacht hun grootte, inclusief staatsondernemingen, aanbestedingsdiensten, brievenbusfirma’s en ondernemingen die op de Nederlandse markt commercieel actief zijn. Daarnaast bevat het voor grote Nederlandse ondernemingen die activiteiten verrichten in een land buiten Nederland een plicht tot het betrachten van gepaste zorgvuldigheid in haar productieketens. Het gaat bij deze grote ondernemingen niet alleen om de nadelige gevolgen van de eigen activiteiten, maar ook om die van haar zakenrelaties. Wie tot de groep zakenrelaties behoren moet ruim worden opgevat. Het gaat om elke entiteit die op enige wijze betrokken is bij de activiteiten van de onderneming.

Algemene zorgplicht

De algemene zorgplicht omvat een verplichting voor iedere onderneming die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat haar activiteiten schendingen van mensenrechten, onacceptabele arbeidsomstandigheden en milieuschade in het buitenland als gevolg kunnen hebben. Van dergelijke nadelige gevolgen is volgens het initiatiefwetsvoorstel in ieder geval sprake als in de productieketen gebruik wordt gemaakt van beperking van de vrijheid van vereniging en collectieve handeling, als sprake is van discriminatie, dwangarbeid, kinderarbeid, onveilige arbeidsomstandigheden, slavernij, uitbuiting of milieuschade.

Plicht tot gepaste zorgvuldigheid

De richtlijnen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (“OESO-Richtlijnen”) stellen gepaste zorgvuldigheid, oftewel due diligence, centraal als algemeen beginsel voor ondernemingsbeleid. De plicht tot het betrachten van gepaste zorgvuldigheid voor grote ondernemingen ziet op het proces waarmee ondernemingen de daadwerkelijke en potentiële nadelige gevolgen van hun handelen identificeren, voorkomen en verminderen, en waarmee zij verantwoording afleggen over hun aanpak van de gevolgen. De vereisten ten aanzien hiervan zijn gebaseerd op de OESO-Due Diligence Handreiking voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen.

Europees richtlijnvoorstel

Op 23 februari 2022 heeft de Europese Commissie een voorstel voor een richtlijn inzake passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven op het gebied van duurzaamheid gepubliceerd. Ondernemingen die onder het toepassingsbereik van het richtlijnvoorstel vallen, zullen worden verplicht om (potentiële) negatieve gevolgen van hun bedrijfsvoering voor mensenrechten en milieu te identificeren en deze (waar mogelijk) te voorkomen, beperken en daarover verantwoording af te leggen. Dit geldt ten aanzien van de eigen activiteiten van de ondernemingen, maar ook van die van hun dochterondernemingen en zakenpartners. De richtlijn bevat daarnaast regels over sancties en aansprakelijkheid voor wanneer deze verplichtingen niet worden nageleefd. De lidstaten stellen de voorschriften vast ten aanzien van de sancties die van toepassing zijn op overtredingen en moeten alle nodige maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat deze sancties worden uitgevoerd. Daarnaast moeten de sancties doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. De zorgvuldigheidsrichtlijn moet de EU helpen bij de transitie naar een meer klimaatneutrale en groene economie, zoals beschreven in de Europese Green Deal en de duurzame ontwikkelingsdoelen van de VN. Ook dit voorstel zoekt, net als het Nederlandse Initiatiefwetsvoorstel, aansluiting bij de OESO-Richtlijnen.

Status en inwerkingtreding

Het streven was om een deel van het Nederlandse Initiatiefwetsvoorstel met ingang van 1 januari 2023 in werking te laten treden. Na het advies van de Raad van State zijn de nodige aanpassingen gemaakt en is het voorstel op dit moment nog in behandeling bij de Tweede Kamer. Het voorstel zal worden gewijzigd in het licht van het richtlijnvoorstel, zodat het initiatiefwetsvoorstel voorbereid zal zijn op de komst van deze Europese regelgeving. Het richtlijnvoorstel wordt op dit moment behandeld in eerste lezing.

[1] ECCHR: Press release

Valegis Advocaten

Valegis Advocaten, with offices in The Hague and Amsterdam, is the law firm for (international) entrepreneurs and companies; modern legal services, clear, pragmatic, solution-oriented and with integrity.

× Hoe kan ik u helpen?