Skip to main content

De (strengere) regels voor het aanspraak maken op incassokosten.

Procederen kost geld. Deze kosten betaalt men in civiele en bestuursrechtzaken in beginsel zelf. Vaak wordt de vraag gesteld of het mogelijk is de proceskosten op de wederpartij te verhalen. Helaas is dan het antwoord dat ook in het geval de rechter alles toewijst, een proceskostenveroordeling achterwege kan blijven. In Nederland kennen wij immers geen zogenaamde algehele proceskostenveroordeling, met als uitzondering de IE-zaken. De rechter kijkt per geval of de verliezende partij de proceskosten van de winnende partij moet betalen.

De proceskosten zien onder meer op de buitengerechtelijke kosten. Voor deze laatste kostenpost heeft de hoogste rechter (HR 25 november 2016, JOR 2017, afl. 2) strengere regels gesteld.

In de uitspraak komt naar voren dat een consument-schuldenaar eerst een kosteloze aanmaning, een zogeheten 14 dagenbrief, dient te krijgen. De consument-schuldenaar moet in deze 14 dagenbrief een laatste keer de gelegenheid krijgen om de verschuldigde hoofdsom alsnog binnen een termijn van 14 dagen te voldoen.

In de aanmaning dient men aan te geven dat na het verstrijken van de 14 dagentermijn aanspraak zal worden gemaakt op de buitengerechtelijke incassokosten. Noodzakelijk daarbij is tevens dat men het exacte bedrag van de buitengerechtelijke incassokosten correct in de brief opneemt.

Er mag verder geen verwarrende of misleidende informatie worden gegeven. Indien de 14 dagentermijn is vermeld, maar een te vroege dag van aanvang of van einde van die termijn is aangewezen, dan kan dit als verwarrend of misleidend worden gezien. Zo wordt de vermelding dat betaald moet worden “binnen 14 dagen na heden” of “binnen 14 dagen na verzending van deze brief” als verwarrend danwel misleidend gezien. Het is dan ook beter een datum te noemen, die minimaal 15 dagen in de toekomst ligt.

Wilt u meer weten over dit onderwerp? Ons team is graag bereid vrijblijvend met u van gedachten te wisselen.

× Hoe kan ik u helpen?