Skip to main content

In de praktijk zien wij de gemengde zorg- en huurovereenkomst regelmatig voorbijkomen. Het is een afspraak tussen verhuurder, zorginstelling/aanbieder en een huurder/zorgvrager en wordt in de praktijk gebruikt om (bijvoorbeeld) woonbegeleiding te faciliteren. In de praktijk zien wij echter ook dat het niet altijd even duidelijk is welk aspect van de gemengde overeenkomst overheerst: zorg of huur? Dit onderscheid is wel van (doorslaggevend) belang om te bepalen of de dwingendrechtelijke huurrechtelijke bepalingen zoals huurbescherming van toepassing zijn bij het einde van de zorgrelatie.

Of het zorgelement doorslaggevend is, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Uit de rechtspraak blijkt dat belangrijke aanwijzingen bij de beoordeling zijn dat (1) de beide overeenkomsten gelijktijdig, met dezelfde ingangsdatum en contractduur zijn aangegaan, (2) de overeenkomsten onderling van elkaar afhankelijk zijn en (3) de huurder/cliënt ermee bekend is, althans dient te begrijpen, dat de woning hem uitsluitend in zijn hoedanigheid van cliënt van de zorgaanbieder ter beschikking werd gesteld.

Als je bij het aangaan van de zorg- en huurovereenkomst de hiervoor genoemde omstandigheden  niet scherp hebt en nalaat te verwerken in de overeenkomst, bestaat de kans dat aan het einde van de zorgrelatie de (onder)huurder / zorgvrager onbedoeld (onder)huurbescherming geniet. Dit was bijvoorbeeld aan de orde in een recente uitspraak van de rechtbank Overijssel van 25 mei jl. (ECLI:NL:RBOVE:2021:2097).[1] In deze casus was Thuiszorg een huur- en zorgovereenkomst met een onderhuurder/zorgvrager aangegaan. Thuiszorg huurde de woning zelf van Wooncorporatie Domijn. De (onder)huurder / zorgvrager had nagelaten het begeleidingsplan, onderdeel van de zorg- en huurovereenkomst, te ondertekenen, waardoor – naar het oordeel van de kantonrechter – onvoldoende kon worden vastgesteld dat hij in volle omvang akkoord is gegaan met het begeleidingsplan. Daarnaast liepen de eind- en ingangsdatum van beide overeenkomsten uiteen. De kantonrechter was van oordeel dat het zorgelement niet overheerste en dat de onderhuurder/zorgvrager na het einde van de zorgrelatie (onder)huurbescherming genoot.

Heeft u te maken met een zorg- en huurovereenkomst? Neem contact op met Dominique Fransen of een van de andere specialisten van het huur- en vastgoedteam om te kijken wat wij voor u kunnen betekenen.

[1]  Rechtbank Overijssel 25 mei 2021, ECLI:NL:RBOVE:2021:2097.

Valegis Advocaten

Valegis Advocaten, with offices in The Hague and Amsterdam, is the law firm for (international) entrepreneurs and companies; modern legal services, clear, pragmatic, solution-oriented and with integrity.

× Hoe kan ik u helpen?